Annemarie van der Will consultancy

“Specialist op het brede terrein van HRM en organisatieadvies”

 

Wie ben ik?


Annemarie

 Wie ben ik?

Ik ben een enthousiaste, energieke en krachtige adviseur. Ik sta voor een persoonlijke aanpak, lever maatwerk en ben zeer resultaatgericht.

Het vak

Consultancy is een prachtig vak. Elke opdracht vraagt om een andere aanpak en dat is een onwijs interessante uitdaging. Ik lever altijd maatwerk. En ik help de organisatie op een ontspannen manier verder in haar ontwikkeling. Het menselijk contact staat bij mij voorop, zoals de klik met de opdrachtgever, de medewerkers, en de medezeggenschap. Een goede sfeer tijdens ingewikkelde processen vind ik van groot belang.

Resultaatgericht werken zit in mijn genen, en ik neem anderen graag op een ongedwongen manier mee in mijn enthousiasme. Ik voel me als een vis in het water in een rol als projectleider of organisatie adviseur op het gebied van ontwikkelvraagstukken. Denk dan aan de ontwikkeling van hr-beleid,  de opbouw van (management)structuren, de inrichting van processen en de begeleiding van cultuurvraagstukken. Onderzoek naar en evalueren van bedrijfsvoeringvraagstukken is op mijn lijf geschreven.  Ook ben ik een ervaren functieanalist. Ik ben een organisatie adviseur die absoluut gaat voor eerst “de basis op orde”, zodat daarna toekomstgerichte ontwikkelthema’s moeiteloos en in verbinding met elkaar kunnen worden omgezet in concrete agendapunten.

De olifant

Beeldend werken is één van mijn specialiteiten. Een beeld werkt als een metafoor en zegt vaak meer dan duizend woorden. Ook achter mijn logo, de olifant, schuilt een mooie parabel uit de organisatiekunde. Vraagt u er vooral naar:  ik vertel er graag over.

Mijn ervaring

Ik werk al ruim achtien jaar als consultant bij de (lokale) overheid en bij aan overheid gelieerde organisaties, als specialist op het brede terrein van hrm en organisatieadvies. Tot voor kort deed ik dit in vaste dienst voor organisatieadviesbureaus als Buitenhek & van Doorn Consultancy, BentoSpino en BuitenhekPlus, maar inmiddels heb ik de stap durven maken naar het zelfstandig ondernemerschap. Lees meer over mijn ervaring in mijn curriculum vitae.

In de avonduren werk ik als gemeenteraadslid voor de VVD in mijn woonplaats Huizen.

Blogs

Ik ben ook een “blogger”. Op mijn website deel ik graag mijn ervaringen met jullie.  U bent van harte uitgenodigd mijn blogs te lezen en met mij te corresponderen over de inhoud. Leuk! Klik hier om de blogs te lezen

Privé

Ik woon dus in Huizen, vlakbij het mooie Gooimeer, en ben getrouwd met Frank. Samen hebben we twee volwassen kinderen, een geweldige kleinzoon en twee dotten van kleindochters. Een rijkdom, dat is het echt! Naast mijn werkbare leven, geniet ik dan ook ongelooflijk veel van deze kleintjes. Een prachtige combinatie.

Annemarie van der Will Consultancy
Annemarie van der Will Consultancy
Buitenhek & van Doorn consultancy
Buitenhek & van Doorn consultancy
BentoSpino
BentoSpino
Gemeente Huizen
Gemeente Huizen
Corporate Consult / Management Consult / Teambuilding
Buitenhekplus
Buitenhekplus
Corporate Consult
VVD
VVD
Teambuilding
Wie ben ik?

Wie ben ik?

Jullie kennen vast wel dat Nederlandse spelprogramma “Wie ben ik?” Nou, wie had gedacht dat ik zelf ooit nog kandidaat zou zijn. 

Sinds deze maand ben ik weer zelfstandig organisatieadviseur. De afgelopen jaren heb ik als (interim) strategisch HR-adviseur en coördinator team HR (volg je me nog) met veel plezier gewerkt bij een Omgevingsdienst. Maar mijn taak zat erop, het was tijd om door te gaan. En dan nu, bruisend van de energie om aan een nieuwe klus te beginnen (ja, zelfs zo aan het eind van het jaar) ontkom ik er niet aan om wat zaken op orde te brengen. Mijn cv, bijvoorbeeld. Met bijpassende, enigszins gedateerde pasfoto. Ik zoomde in op de foto. Lijkt-ie nog? vroeg ik aan mijn man. Tuurlijk, zei hij, als je de komende weken flink uitrust… 

“Per direct werd ik jaloers op mijn tandarts.

Ik besloot de pasfoto dus wat te verkleinen, niet te centreren en in de linkerbovenhoek te plaatsen. Vervolgens belde ik een oud-collega, een fijn persoon, met veel ervaring, en een frisse kijk op zaken binnen de arbeidsmarkt. Ik vroeg hem of hij mijn cv eens wilde screenen. Het antwoord kwam rap: mooi cv Annemarie, join the club van brede organisatieadviseurs, echter voor een opdrachtgever ben je mogelijk wat lastig te plaatsen. 

Hij zei nog nét niet dat het een onoverzichtelijk zooitje was, want ja, hij is écht een aardig en fijn persoon, maar de boodschap was helder. Niet zonder trots had ik namelijk alles opgeschreven. En dan bedoel ik: alles. Achttien jaar overheidservaring gepropt op twee A4’tjes – met voor de liefhebber uiteraard nog een bijlage in lettertype 8. Eerlijk is eerlijk: het is wellicht wat te veel gevraagd van een potentiele opdrachtgever om daar doorheen te moeten ploeteren.

Na die feedback dacht ik dus aan dat bekende spelprogramma. Wie ben ik dan? Nu. Straks. Welke functies uit mijn bak ervaring spreken het meest voor wie ik wil zijn voor mijn nieuwe klanten. Strategisch HR-adviseur, organisatieadviseur, functieanalist, veranderkundige, projectleider, kwartiermaker, leidinggevende. Ik kan het allemaal, maar misschien is niet elke functie relevant voor die ene nieuwe opdrachtgever.

Per direct werd ik jaloers op mijn tandarts. Iedereen weet waar die voor staat. Hij doet je pijn, tis duur en je kunt niet zonder. Toch is het zaak om in plaats van die raadselachtige professional een beetje te worden als mijn tandarts. Vooruit, zonder de pijn. Schrijven is schrappen, zeggen ze dan. Kill your darlings. Dus dat is wat ik de komende weken onder de kerstboom ga doen. Mijn cv updaten naar een overzichtelijke, krachtige, 2020-versie. 

Maar wie stiekem toch benieuwd is naar dat boekwerk, ik stuur de ongecensureerde en uitgebreide versie maar wat graag toe hoor. Drinken we er een koffie bij. Hoe dan ook: mijn loket staat open en ik heb veel zin om met mooie opdrachten aan de slag te gaan. 

Voor nu: gezellige feestdagen en alvast een fijne jaarwisseling.

Warme groet Annemarie

Een leven lang leren. Lang leve het leren!

Een leven lang leren. Lang leve het leren!

Iedere keer verbaas ik mij. In positieve zin. Ik weet eigenlijk niet of LinkedIn je geboortejaar aangeeft. Geloof me: in de Corona crisis zit ik op het randje van: kijk uit! Althans, volgens Jaap van Dissel. Oergeestig is het. Ik moet eigenlijk thuisblijven, maar mag wel in een volgepakt vliegtuig naar Torremolinos. Humor! Iets met een luchtverfrisser is de uitleg. Dubieus. Politiek. Maar daar gaat het nu niet over.

In mijn hoofd en rolkoffer. Niet arrogant bedoeld. In relatie met die leeftijd.

Wat ik hier bedoel: Ik “swing” al een poosje mee in heel wat organisaties. Al jaren loop ik (digitale) draaideuren door. Met een bak kennis en ervaring. In mijn hoofd en rolkoffer. Niet arrogant bedoeld. In relatie met die leeftijd. Echter, er ontstaat altijd ruimte voor meer. Altijd weer. Hoe mooi! De verbazing dus.

Ik ontmoet zoveel mooie mensen, dat het soms duizelt. Tijdelijke collega’s met minstens zoveel ervaring, maar met eigen expertises, passies en visies. Soms haaks op die van mij. Soms prachtig aanvullend, soms verpakt in totaal nieuwe leerzame items. Hoe dan ook: het verrijkt. Wollige term, weet ik!

Hoe ouder, hoe makkelijker om je zonder schroom kwetsbaar op te stellen. De bewijsdrang is passe. De dialoog komt ervoor terug. Openstaan voor andere denkwijzen. Geen discussies. Samen optrekken. De organisatie adviseren: vanuit verschillende invalshoeken.

Ik heb daarnaast een absolute zwak voor jonge talentvolle collega’s. In de goede zin: jaloersmakend. Nonchalant met een laptop op schoot. Vingervlug scrollend van de ene sheet naar de ander. Een aansprekend verhaal. Genieten. Ik probeer dat ook weleens: dat met die laptop. Staat heel raar.

Alle gekheid op een stokje. Ik probeer binnen mijn vermogen het verschil te maken. Dit jaar vervolg ik mijn leerschool op Nyenrode: het belang van de wetenschap, de theorie, de analyse van processen. Ik slurp het op. Fantastisch. Maar dan ben je er echt nog niet. Ik heb de organisatie, met de collega’s nodig. Ik kan het niet in mijn uppie. Ik breng kennis mee, maar haal ook op.

Als klap op de vuurpijl. Ik kom net uit een echt gave sessie teamontwikkeling. Wat een eer om daar als externe aan te mogen bijdragen. What can I say more.

Die verbinding is de crux tot succes. Op deze wijze: Lang leve het leren!

Tot slot. Mijnheer van Dissel: succes met de volgepropte charters. Time will tell!

Warme groet, een super fijne en vooral gezonde zomer gewenst.

Annemarie

Sawu bona, de nieuwe kunst van begroeten!

Sawu bona, de nieuwe kunst van begroeten!

Van die drie zoenen neem ik met gemak afscheid. Heerlijk. Wat een gedoe. De laatste jaren kuste ik al wat in het luchtledige. Vooruit: mijn dierbaren uitgesloten. Een ander verhaal: het handenschudden. Ik ben (was) een echte. Altijd en overal. Een traditie, een ritueel. De opening bij een weerzien, een werkafspraak, een voorstel moment, vriendschappelijk. Respect. Niet in de laatste plaats stevig aangewakkerd door mijn politieke tijd. Voor en na de Raads-en commissievergadering. Voor de fractievergadering. Na de afdronk. Hele rondes legde ik af. Het had een betekenis. En ja: het is een cultuurdingetje. Ik ga dus afkicken. Voor jou, voor mij, zodat dat klote virus kansloos wordt. Hoe dan wel?

“Op je rug. Geen idee. Onwennig geploeter. Voorlopig worden we nog gered door de Skype. “

Ik bestudeerde laatst allerlei werkvormen: manieren tot eerlijke participatie in de organisatie. Al bladerend in een mooi boek, stuitte ik op een aansprekende werkvorm: vertrouwen en respect uitspreken. Het triggerde. In Zuid-Afrika begroeten stamgenoten elkaar met de korte zin: Sawu bona. Wat “ik zie u” betekent. De tegengroet SLkhoma betekent “ik ben hier” Hiermee wordt vertrouwen in elkaar uitgesproken. De kunst van het werkelijk zien en gezien worden. Ik vond het prachtig:  zag het voor me. Weg handen. Contactloos. Eye-opener. Een aansprekend alternatief, wellicht.

De realiteit laat zich raden: mijn blog zal geen definitieve cultuuromslag bewerkstelligen. En nee, ik verwacht niet dat deze vorm plots een trendsetter wordt.
Ik kan het slechts in kleine kring uit proberen. De kans op acceptatie schat ik laag in. Lachers op mijn hand is waarschijnlijker. Maar hoe dan wel?

De ellebooggroet is te close. De 1,5 meter komt in gevaar. Althans zonder mondkapje: een stof opwaaiend fenomeen. Wat zetten we op: het Kruidvat + masker of een zelf geborduurde? Schijnveiligheid, wordt gezegd. Bij verkeerd gebruik knap onhygiënisch. Wat is wijsheid. Enfin, verder met de begroeting.

De oosterse buiging kan. Je ziet het al. Beetje houterig. Of: hey hoi, gaat ie, te amicaal wellicht. Beetje nonchalant draaiend dan: je handen in je zakken. Op je rug. Geen idee. Onwennig geploeter. Voorlopig worden we nog gered door de Skype. Hoe fijn is dat. Aaa je bent er…ik hoor je wel, maar zie je niet!

We vinden vast een way out. Het zal wel moeten. Andere culturen kunnen wellicht helpen. Look Around. Op weg naar minder klef. Hygiënischer. Maar wel vol respect. En ja, ik zal het handenschudden zo missen.

Sawu bona

Annemarie

Bron: Beweging in je brein
Monique Hampsink
Nanette Hagedoorn

Bij sheet twee was ik de zaal al kwijt!

Bij sheet twee was ik de zaal al kwijt!

Neeee joh, serieus, gilde ze in mijn mobiel.  Ik zette dat ding snel op de speaker. Het was mijn oud-collega en maatje. Zit je weer op de fuwa? Lieve mensen, dit staat niet voor een vechtsport, althans niet letterlijk. Een afkorting voor functiebeschrijving- en waardering. Vakjargon. Ik voelde dat dit een gesprek werd: vol herinneringen en anekdotes. Ik tapte een koffietje.

Pumps gingen knellen. Je dacht met spijt terug aan je sneakers uit diezelfde kofferbak.

Met haar heb ik jarenlang het hele land doorkruist. Van Brunssum tot Hengelo naar Purmerend en Harlingen. En alle gemeenten daar tussenin. Echt allen. Als een rond reizend circus. Kofferbakken vol met functieboeken. Verschillende versies. En een beamer, groot en zwaar. Hilarisch. Je leek daarmee meer op een loodgieter dan op een consultant. De digitale wereld in opkomst, maar dan anders. Ze struikelde over onze herinneringen. Ik kreeg ook de smaak te pakken.
Belangrijke processen met veel verbindende organisatievraagstukken. Alleen insiders weten dat het nooit alleen om dat ene stukje papier gaat. Dat maakt het zo interessant. Integraal adviseren dus. Je “kop” erbij houden.

Theaterzalen werden destijds afgehuurd. Dit stamt uit een tijd ver voor onze 1,5 meter maatschappij. Alle medewerkers bij elkaar voor de uitleg van het waarderingssysteem. Heb je dat weleens geprobeerd? Waar je opkwam als Adèle. En na sheet twee als een B artiest achter de coulissen verdween. Je hoorde jezelf in de verte praten: nee, nee, het gaat niet over jouw persoonlijk functioneren…..Technische stuff. Pumps gingen knellen. Je dacht met spijt terug aan je sneakers uit diezelfde kofferbak. De aanhouder wint, het kwam altijd goed. Maar een “Adèle” bleef qua onderwerp te hoog gegrepen.

Ondertussen: onze herinneringsping op onze mobiels werd luidruchtiger. Werk aan de winkel. We sloten gewichtig af. The key tot succes blijft: respect houden voor de organisatie en haar medewerkers. Adviseren, zonder de “juf voor de klas” mentaliteit. Heldere communicatie: walk your talk. De organisatie blijft aan het roer.

En ja, het is mij wederom een eer.

Successsss hé!, hoorde ik nog net voor het verbreken van de verbinding.

Met een glimlach nam ik plaats achter mijn PC. Ik opende een format: doel van de functie……

Warme groet

Wanneer je digitaal de werkelijkheid moet waarnemen.

Wanneer je digitaal de werkelijkheid moet waarnemen.

Laatst sprak ik een goede vriend. Het gaat prima, dat digitaal vergaderen. Het valt mij alles mee. Wat ik mis, zo zei hij: de “thermometer” eens in de organisatie steken. Wat gaat goed en waar is extra aandacht nodig. Dat is meer lastig. Ik dacht daarover na. Herkenbaar. Het nieuwe werken vereist andere vaardigheden van ons allen. Net na de lockdown was je blij dat je überhaupt iemand op je scherm kreeg. Je wist waar je mic zat. Een handigheid uitvond om je robotachtige stem te temperen. Met klokkende oksels een presentatie wist in te voegen. Eye-opener. Begreep je dat je agendapunten er eigenlijk niet toe deden. Dat je een dialoog had gevoerd met, ja……. met wie ook weer.

“Just do it.”

Langzaamaan word je relaxter. Meer vindingrijker. Althans zo ervaar ik dat. Ik denk dat onze zintuigen moeten wennen. Om moeten schakelen. Een stukje “wetenschap” vanaf mijn eigen waarneming. Dat heeft tijd nodig. Overigens: collega’s die al jaar en dag internationaal werken, kijken je wel wat suf aan. Maar toch.

Van oorsprong ben ik ook een op de rand van het bureau waarnemer. Een kopje koffie in de wandelgang type. Zoek ik ruimte voor de persoonlijke kwinkslag. Even over iets anders praten: niet alleen werk.

De meer digitale zakelijkheid leent zich daar minder voor. Tuurlijk: vast meer efficiënt. Echter, onze menselijkheid en aandacht voor elkaar mag niet ten gronde gaan. Ik ben positief gestemd. We vinden de modus. De balans. Let op: het is een fantastisch leermoment. Binnen onszelf, binnen organisaties. Waarvan ik hoop dat dit nieuwe werken HET werken wordt. Niet massaal meer doen wat we deden. Onze bewegingen in de auto, OV, in de lucht en op ons werk heroverwegen. Waarom, echt waarom met miljoenen om 9.00 uur op locatie vergaderen. Onzin. Gewoonten doorbreken. Ten goede van onze leefomgeving, gezondheid, toekomst en duurzame ontwikkeling.

Het kost tijd, bewustwording en doorzettingsvermogen. Ik ben net zo benieuwd als jullie.
Zijn we daartoe instaat? Ik mag het hopen. Werkgevers: grijp jullie kans! Just do it.

Na een hysterisch druk digitaal (team) overleg, nemen we steeds beter waar. Horen we de boodschap van een collega achter een verhaal. Een persoonlijk telefoontje na de afdronk is dan snel gepleegd. Wat kan ik voor je doen?

Warme groet

Annemarie

Happinez is dichtbij, altijd al.

Happinez is dichtbij, altijd al.

De afgelopen weken heb ik getracht een nieuwe blog te schrijven. Meerdere keren. Meestal op zaterdagochtend. Koffie, veel kopjes. Rust. Mijn moment. Het werd hem dus steeds niet. Delete. Het voelde vooral nutteloos. Wat zou ik nu kunnen toevoegen. Hoe zou ik mij kunnen meten aan alle toppers in de zorg. Aan alle andere mensen binnen onze vitale beroepen. Aan de zorgen van vele ondernemers. Hun strijd. Diep respect. Bovendien worden we in deze crisistijd overstelpt door betweters. Op social media, televisie en radio. Begrijp me niet verkeerd. Het is soms rete interessant. Het zet je tot denken. Hoe nu verder. Het is veel informatie. Ik zwabber wat van de 1 naar de ander. En weer terug. Filosofen, virologen, veranderkundige experts, economen, sociologen. En mensen die menen het allemaal tegelijkertijd te zijn. Wie o wie durft d”e strijd met de glazen bol aan.

“Oma, ik hoop je gauw weer te zien.”

Ondertussen ben ik gewoon aan het werk. Ja, vanuit huis. Zoals velen. Dat is spannend en druk. Iedere dag leer ik wat bij op digitaal gebied. Lol.  Probeer mijn adviseurs rol zo goed mogelijk te vervullen. Ik hou van mijn werk. Kom er achter dat het niets uitmaakt welke schoenen ik aan heb. De Skype illustreert minder dan de helft van mijn outfit. Maar ik haat sloffen. Dus kies ik toch een paar uit die passend lijken voor de dag. Dit is de gekkigheid ten top. Weet ik. Zo ondergeschikt. Ja, ik maak mij zorgen. Ik vind het ook gewoon doodeng. Wat gebeurt er wereldwijd allemaal. Wat deden we niet goed. Wat gaan we van deze periode leren. Zijn we in staat ons gedrag aan te passen. Afscheid te nemen van al onze vanzelfsprekendheden.

Een gesproken berichtje van mijn kleindochter klingelt op mijn telefoon. Oma, ik hoop je gauw weer te zien. Hoop dat het goed met je gaat. Ik ben heftig afgeleid. Emotioneel. Ik laat het werk even voor wat het is. Samen met mijn ook thuiswerkende lieve man halen we een frisse neus. We lopen zwijgend langs de dijk. We zien de prachtige natuur. Intenser. Blijven in onze eigen gedachten. Knikken vriendelijk, op 1,5 meter, naar wandelende lotgenoten.

Bij thuiskomst spreek ik een antwoord aan mijn dot in: lieve meid, dat hoopt oma ook! En weet je wat: we gaan hopelijk gauw weer aan de pannenkoeken. Heel veel knutselen. Voorlezen. Gek doen. Kom maar op!

Had jij nog niet een Skype overleg, vraagt mijn man en nu ook collega. Gut ja, ik zoek snel naar de link. Inmiddels zo handig in. Goedemiddag, hoi, hey, hoe is het, hebben we iedereen….

Ondertussen hoor ik gerammel van potten en pannen. Ruik ik heerlijke specerijen. Ik groet mijn (digitale) collega’s. Till the next time. Volg het spoor naar de keuken. Happinez is dichtbij. Altijd al.

Keep strong allen, warme groet!

Wanneer de werkelijkheid tot je doordringt!

Wanneer de werkelijkheid tot je doordringt!

Mijn man en ik werken vanuit huis. Heel knus. We loggen rond 8.00 uur in. Halen om de beurt koffie. Staan samen in de wachtrij voor de printer. Skypen op de meest gekke plekken in huis, zodat we niet plots in elkaars meeting verzeild raken. De lunch zorgt voor onze rammelende magen. En zo verder. Het lijkt een zeer genoeglijk tafereel. Maar de werkelijkheid laat zich raden. Zorgelijk. Het Corona virus beheerst onze dagelijkse gang van zaken. Het houdt ons in de ban. Onze minister-president heeft gesproken: de boodschap was meer dan helder. Alle maatregelen spreken voor zich.
Ik pieker er niet meer over om er lacherig over te doen. Een gepasseerd station.

Tegelijkertijd trots op mijn zoon, die de exploitatie van drie mooie horeca gelegenheden stop moest zetten. Zijn veerkracht is jaloersmakend. Op mijn dochter, die plots ook juffie is, tijdens een deadline van haar grootste creatieve werk ever. Op mijn lieve vriendin, die dagelijks in het verpleeghuis met liefde zorgt voor kwetsbare bewoners. Op alle anderen, die voor ons klaar staan. Samen de schouders eronder. Elkaar helpen. De enige remedie.

Ondertussen zet ik mij schrap voor het volgende Skype overleg. Hoe efficiënt. Ik krijg daar een kopje koffie bij. Tsja, eerlijk is eerlijk:  het was zijn beurt.

Stay safe! Warme groet Annemarie

Wanneer je moet knippen en plakken, terwijl je razend druk bent!

Wanneer je moet knippen en plakken, terwijl je razend druk bent!

Het team druppelde binnen. Ik hoorde wat gemopper. Zo geen zin in, zei een deelnemer. Zonde van mijn tijd. Kinderachtig ook, voegde een ander toe. Ondertussen legde ik grote vellen wit papier neer. Stapels tijdschriften en kranten verdeelde ik over de tafels. Tot grote afschuw kwamen ook nog de scharen en het plaksel uit mijn koffer. Tijd voor koffie dus!

Een mooie stilte volgde. Nadenken. Reflectie. Toen was het plots zover. Aan de slag.

Op het program: moodboards maken. Doel: inzicht krijgen in elkaars werk, in persoonlijke verlangens. Te leren van elkaar. Aandacht voor harmonieus samenwerken. Het benoemen van persoonlijke drijfveren. Maar hoe dan?

Wat weten we van het moodboard:

Een moodboard wordt gebruikt om ideeën, gedachten en gevoelens te visualiseren. Grappige, serieuze afbeeldingen leiden naar structurele keuzes en oplossingen. Het geeft sfeer en inhoud aan (team)doelen. Jouw creatieve brein opent zich spontaan. Hoe jij het ziet is goed. Je maakt belangrijke issues met elkaar tastbaar. Of zoals je wilt: een bewustwordingsproces wordt knutselend in gang gezet.

Tijd voor de ijsbreker: na de koffie las ik een toepasselijk verhaal voor. Gejat van een managementgoeroe en veranderkundige. Ben Tiggelaar. Gewoon fan! Een mooie stilte volgde. Nadenken. Reflectie. Toen was het plots zover. Aan de slag.

De ontspanning overwon het van de weerstand. Er werd gelachen. Ik hoorde het ritselen van de bladen. Rake vragen werden gesteld. En ja, er werd naar hartenlust geknipt en geplakt.

Zelf kroop ik even terug in de tijd. Een dag uit de voorjaarsvakantie met twee van mijn lieve kleinkids. Regen, wind en de verveling sloeg wat toe. Je raadt het al. Er kwam een heel groot wit vel op de tafel… Vooruit, een minder complexe opdracht: wat doe je het liefst in de vakantie? Het werd een prachtige moodboard. Apetrots!

Ondertussen zag ik een hardwerkend team. De witte vellen kleurden een verhaal. Het werkt. Je komt los van de dagelijkse routine. Er spookt voortdurend wat door je hoofd. Je ziet passende beelden, die wensen en oplossingen laten zien. Je treedt buiten dat strakke keurslijf van tijdsdruk.

De middag naderde zijn eind. Snacks op tafel, terugkoppelen aan de hand van mooie toekomstgerichte dialogen. De knipsels werden concrete afspraken. Er was enthousiasme. En… niet te vergeten: kleverige plaksel handen.

Een dag of twee later vond ik berichtjes in mijn mailbox: ‘dat knippen en plakken was zo gek nog niet…!’

Warme groet Annemarie

Strategische personeelsplanning, motiverend en richtinggevend!

Strategische personeelsplanning, motiverend en richtinggevend!

Inleiding

Veel organisaties besteden, binnen hun organisatieontwikkeling, terecht aandacht aan nut en noodzaak van Strategische personeelsplanning (SPP). Je mag dit echter niet verwarren met een doorlopende Personeelsplanning (PP), niet minder belangrijk, maar deze activiteit is gebaseerd op het heden en op de korte termijn. Als je je PP niet goed bestuurt, dan mis je evengoed de boot.

Het SPP daarentegen wordt direct in verband gebracht met de toekomst en de vele ontwikkelingen en opgaven die op organisaties afkomen. Het toverwoord is “wendbaar” willen zijn en vooral blijven. De uitleg daarvan is dat de organisatie goed en vooral soepel moet kunnen blijven inspelen op de veranderende omgeving. Zo kan zij haar doelstellingen halen en altijd, op iedere plek en op ieder gewenst moment, de juiste medewerkers met de juiste motivatie en expertise inzetten.

Zorg dat je een visie hebt op de organisatie, die motiverend en richtinggevend is!

De Praktijk

Ik denk dat velen kunnen leven met deze samenvattende inleiding. Het klinkt logisch. SPP is een middel om te komen tot een optimale inzet van mensen. Maar hoe ga je dat met elkaar realiseren? De praktijk leert ons dat het een geweldige complexe exercitie is. Je moet daar echt de tijd voor nemen. Dat komt vooral door het feit dat er goed inzicht nodig is op tal van aanvullende thema’s. Het gaat dus allang niet meer om een transparant formatiebeleid en geld. Het gaat over veel meer. Over noodzakelijke opleidingen en trainingen. Over het kunnen benoemen van toekomstgerichte competenties en functies, maar ook over de ruimte die de organisatie kan bieden aan persoonlijke ontwikkeling, groei en welzijn van medewerkers. Daarnaast speelt in veel organisaties de vergrijzing een grote rol. De noodzakelijke instroom van jonge mensen, het opzetten van traineeships, kennisoverdracht en de positie op de arbeidsmarkt zijn onlosmakelijk verbonden met een goede visie op SPP. Maar het grootste knelpunt bij SPP blijft: het veelal ontbreken van het vermogen om een aantal jaren met elkaar vooruit durven kijken. Het daadwerkelijk richting kunnen geven aan een toekomstbestendig personeelsbestand, zowel kwantitatief als kwalitatief, is echt van cruciaal belang. Het woord ‘richting’ is misschien wel aanmoedigend. Laatst hoorde ik binnen een discussieprogramma, weliswaar binnen een geheel andere context, een uitspraak van Salomon Kroonenberg: wie twijfel zaait, zal inzicht oogsten. Hoe toepasbaar is deze uitspraak ook voor jouw SPP. Iedereen snapt dat je niet vandaag op morgen het gehele plaatje rond krijgt. De toekomst is weerbarstig.

Regeren is vooruitzien

Je moet dus niet op je lauweren gaan rusten. Niets doen is geen optie! Onze samenleving, de positie van organisaties en de wijze waarop we onze arbeid moeten gaan inrichten, vereist dat we nadenken over noodzakelijke interventies. Zaak is wel dat allen zich realiseren dat het een coproductie tussen de leiding, HR en medewerkers zal zijn. Oefening baart kunst en je zult als organisatie aan de slag moeten met de analyse van je personeelsbestand. Juist om als speler binnen ‘het veld’ in positie te blijven en om eerder genoemde thema’s goed aan te kunnen vliegen. Om te beginnen is het effectief om je als organisatie een aantal strategische vragen te stellen:

  • Wat voor organisatie wil je of moet je de komende jaren zijn of worden?
  • Welke producten, processen en diensten gaan er veranderen en wat betekent dat?
  • Welke interne- en externe ontwikkelingen spelen daarbij een rol? Denk dan aan demografische, economische, technologische, ecologische en politiek-bestuurlijke ontwikkelingen.
  • Worden er in de toekomst wezenlijk andere competenties van mensen gevraagd? Welke zijn dat? Welk gedrag en welke vaardigheden hebben we de komende jaren nodig?
  • Verwachten we andersoortige functies binnen de organisatie? Welke functies verdwijnen?
  • Op welke resultaten zetten we de komende jaren in?
  • Welke kwaliteitsaspecten zijn voor onze organisatie belangrijk?
  • Op welke plekken in de organisatie verwacht je uitstroom, op basis van de AOW-gerechtige leeftijd en wat betekent dat voor de aanwezige kennis en ervaring?  
  • Past ons huidige formatiebeleid nog bij de gewenste wendbaarheid en flexibiliteit en wat is onze financiële ruimte? Met andere woorden: wat is ons realisatievermogen?

Deze antwoorden geven je mogelijk voeding aan het stellen van vervolgvragen, maar zeker ook aan het nemen van vervolgstappen. Wanneer je deze analyse vergelijkt met de analyse van de huidige situatie en personeelsbestand (zowel kwantitatief als kwalitatief) ontstaat er zicht op eventuele hiaten en kun je daarop anticiperen en dusdanige maatregelen treffen om toe te werken naar de juiste match.

De beantwoording van onderstaande vragen zijn van belang om de huidige en toekomstige stand van zaken in kaart te brengen. We spreken ook wel van de IST (heden) en de SOLL (toekomst) situatie.

  • Hoe zit het met de instroom, doorstroom en uitstroom?
  • Wat is de leeftijdsopbouw van de organisatie?
  • Hoe is onze formatie en salarisopbouw georganiseerd?
  • Waar ondervinden we knelpunten binnen onze functies en vacatures?
  • Hoe onderbouwen we onze verhouding tussen inhuur/flexwerken en vaste aanstellingen?
  • Welke resultaten haal je uit een medewerkerstevredenheid onderzoek (MTO)?
  • Waar ligt ons potentieel en waar zitten onze personele zorgen?
  • Wat bedoelen we precies met duurzame inzetbaarheid en hoe vertaal je dat naar SPP?

(Canon van HRM, 2019, Willem de Lange, Peggy de Prins en Beatrice van der Heyden)

Voor grote organisaties is het aanbevelenswaardig om een instrument in te zetten, bijvoorbeeld de HR3P-methode. Evers, Van Laanen en Sipkens ontwikkelde deze methode en helpt om zowel de analyse als de cijfermatige onderbouwing van het huidige en toekomstige personeelsbestand, op vele facetten, in beeld te brengen. Voor kleine en middelgrote organisaties kun je veel informatie vergaren uit de bestaande personeelsinformatiesystemen en door middel van interviews met de leiding van de organisatie kom je tot eenzelfde slotsom. Het nadeel van een instrumentele exercitie kan zijn, dat je wat (te lang) wegloopt van het mensenwerk en het voeren van het echte gesprek met elkaar. Maar kies een manier die bij jouw organisatie past. Het per fase organiseren van een aantal ter zake doende workshops is ook een aanrader.

Verder aan de slag

Je kunt na bovengenoemde werkzaamheden, de stand van zaken met elkaar opmaken. Analyseer met elkaar hoe je als organisatie, maar vooral met welke maatregelen je het ontstane “gat” gaat overbruggen. Een concreet actieplan is hoe dan ook aanbevelenswaardig en kan gaan over: werving & selectiebeleid (aannamebeleid), ontwikkelen, behouden, opleiden, omscholen, mobiliteit, inzetten van trainees, mentorschap en tijdelijke inhuur. Het delen van elkaars kennis en het inzicht krijgen tussen alle relevante thema’s staat voorop. Wanneer je met SPP aan de slag gaat, zal dat de organisatie stimuleren vooruit te kijken. Je kunt bijtijds actie ondernemen om bij te sturen en geen gaten te laten vallen in de benodigde functies, competenties en expertises. Het geeft absoluut handreikingen om te sturen op het formatiebeleid en de bijbehorende financiële middelen. En het vergroot de kans om te komen tot een gedegen en adequaat personeelsbestand, voor nu en in de toekomst, waarmee die allesomvattende wens: wendbaar en flexibel kunnen zijn en blijven, een realistisch karakter krijgt.

Tot slot

Tijdens het schrijven van dit artikel heb ik, naast mijn eigen ervaring en inzicht, inspiratie gehaald uit het boek: (Canon van HRM, 2019, 50 theorieën over HRM, Willem de Lange, Peggy de Prins en Beatrice van der Heyden)

Vooruitkijken en een schouwing uitvoeren op de toekomst is zonder meer een complexe zaak. Dat komt met name door de snelheid waarmee maatschappijveranderingen op ons afkomen. Denk alleen maar aan de verdere digitalisering. Dat gaat echt razend snel. Het betekent wat voor de betaalde arbeid, voor functies en haar niveaus. Welke functies verdwijnen en welke nieuwe functies komen daarvoor terug. Of: kunnen we met minder mankracht (formatie) onze doelstellingen ook halen? Binnen vijf jaar zal ons personeelsbestand er sowieso anders uitzien.

Binnen HRM bijvoorbeeld, is het niet ondenkbaar dat een robot de loopbaangesprekken zal gaan voeren of CV’s analyseert. Deze ontwikkelingen zullen op andere taakvelden ook doorgaan. Het is goed om binnen SPP enige schouwing daarop los te laten en een marge van eerst een jaar of drie in acht te nemen. En vervolgens SPP als een doorlopende cyclus te beschouwen. Zonder duidelijke visie en koers is het schouwen minder goed uit te voeren en zal het anticiperen op het noodzakelijke toekomstige personeelsbestand (SPP) koorddansen blijven, met als gevolg dat je voortdurend achter de feiten aan blijft lopen, met alle gevolgen van dien.

Begin dus bij het begin: zonder strategie geen SPP en zonder SPP geen inzicht om de kloof tussen het heden en de toekomst te dichten.

Annemarie van der Will

Wanneer je kapsel in een bokkenpruik verandert

Wanneer je kapsel in een bokkenpruik verandert

‘Wij geven elkaar hier geen feedback,’ klaagde een manager laatst tijdens een gesprek bij een gemeente. ‘We zijn als een ingedut echtpaar, drentelen een beetje om elkaar heen.’

Binnen mum van tijd zitten de gesprekspartners in een loopgravenoorlog.

Daarna keek zij mij vragend aan en vergat de anderen voor te stellen. Niemand zei iets. Het woord was blijkbaar aan mij. Ik keek met een schuin oog naar mijn koffiebeker: leeg.

Het leren feedback geven en ontvangen is de meest georganiseerde workshop binnen organisaties. Op gezette tijden popt deze weer op en worden we allemaal enthousiast opgetrommeld tot deelname. De workshop is steevast een agendapunt tijdens veranderprocessen. De sleutel tot succesvol samenwerken, professionele groei en de broodnodige innovatie van de organisatie. Een win-win-win situatie dus. Althans, dat is het doel. Uit die workshop haal je vast en zeker wat tips, maar de ervaring leert ons: we bakken er in de praktijk maar weinig van.

We kennen het allemaal: zo’n document vol rode highlights en oppoppende wolkjes met goedbedoelde suggesties. Je kapsel verandert al snel in een bokkenpruik. Je maakt je maar om één ding druk: waar is de delete-knop.

Ander voorbeeld: het soms wat ingewikkelde, maar welbekende één-op-één gesprek. O ja, begin met een compliment en daal daarna af naar de verbeterpunten……….Binnen mum van tijd zitten de gesprekspartners in een loopgravenoorlog.

Of zo’n uit emotie geschreven mailtje. Zonder lach, zonder traan. En vaak totaal verkeerd begrepen. Het zijn menselijke trekjes.  We zijn er gewoon niet zo handig in. En eerlijk is eerlijk, we voelen ons vaak gekrenkt. Wat weet jij daar nou van? En zo modderen we voort, tot de volgende workshop.

Toch is het geven en ontvangen van feedback essentieel. De kwestie is alleen: durf het in de praktijk eens anders te organiseren. Dus niet alleen die ene workshop, maar ook met regelmatig terugkerende intervisiegroepen. Dan roest je niet zo gauw weer vast in oude patronen. Hou je de dialoog open. En kijk je eens verder dan alleen naar je eigen projecten. Het is in elk geval beter dan rode highlights en oppoppende wolkjes. Want: al ben je het er niet mee eens………er ontstaat op z’n minst een goed gesprek.

Dankjewel voor je advies, zei de manager. Intervisiegroepen dus? Ze bleef in the lead. Het was blijkbaar zo afgesproken. Kun je aangeven waar, in welke organisatie, dat een succes werd en waar bleek dat uit? Ik ging een beetje verzitten en vervolgde mijn betoog. Mijn koffiebeker bleef leeg.

Warme groet Annemarie

Cultuur is een gesneden tomaat

Cultuur is een gesneden tomaat

Ik leerde het vak van organisatieadviseur bij een bureau waarvoor ik ruim tien jaar werkte. Natuurlijk heb ik daar inhoudelijk veel bagage meegekregen, maar wat me vooral bijbleef is de cultuur van het tomaatje. Er was namelijk één heiligdom: de gezamenlijke lunch. Inclusief gedekte tafel, brood in mandjes, beleg op schaaltjes en jawel: elke dag vers gesneden tomaatjes.

– “Toch werd het rond het middaguur merkwaardig stil in de gangen.

Voor het dekken, uitstallen en snijden was geen rooster. Wie er op dat moment op kantoor was, nam dat op zich, als een soort ongeschreven regel. Toch werd het rond het middaguur merkwaardig stil in de gangen. Kantoordeuren sloten zich zachtjes, er moest ineens een langdurig telefoongesprek worden gevoerd, of uiterst geconcentreerd naar het beeldscherm worden getuurd. Tot het laatste moment bleef het spannend óf en dan ook wíe die heilige tafel “dan maar” ging dekken. Maar gelukkig: hij werd gedekt. Elke dag weer. De tomaatjes werden gesneden, uit eerbied voor de traditie, of waarschijnlijker: gedreven door een rammelende maag.

En als we daar dan zaten met z’n allen om die keurig gedekte tafel, bleek elke dag weer dat het de moeite waard was. Er was ruimte om zakelijke dingen te bespreken, maar zeker ook voor een persoonlijk gesprek. En hoe druk iedereen het ook had: er was even tijd voor de slappe lach.  

Cultuur is natuurlijk meer dan een tomaat. Cultuur gaat over dat je met elkaar dezelfde (professionele) waarden als kompas hanteert. Cultuur is verbinding. Cultuur is de fundering van hoe je met elkaar samenwerkt. Maar dagelijkste tradities, zoals die gesneden tomaat, geven wel inhoud aan een bedrijfscultuur. Die moet je koesteren. Het is namelijk een houvast, waar uiteindelijk iedereen goed op vaart.

En nee, over het afruimen zal ik het verder maar niet hebben.

Warme groet Annemarie

Check my Blog Page!
Previous Next

Kopje koffie?

Check my social media!